Als coach hoef je niet altijd de diepte in. Soms ligt de oplossing gewoon aan de oppervlakte.

Problematiseren als coach

Sinds ik de ICM Coachopleiding geef, ben ik mij opnieuw extra bewust van mijn eigen gedrag als coach. Ik observeer mezelf tijdens het gesprek en stel mezelf vragen: waarom kies ik voor deze interventie? Is die passend? Wat gebeurt hier precies?

In coaching bestaat het idee dat je voor de oplossing van een probleem meestal een laag dieper moet zoeken. Een probleem in gedrag vraagt dan bijvoorbeeld om onderzoek naar de onderliggende overtuigingen en waarden. Wie steeds te laat komt, is misschien bang om tekort te schieten. Wie geen grenzen stelt, gelooft wellicht dat aardig gevonden worden belangrijker is dan duidelijk zijn. Maar soms zoeken we te diep.

De verleiding van de diepte

Ik werkte met een leidinggevende die veel ervaring heeft met persoonlijke ontwikkeling. Vrijwel iedere sessie dook ze vanzelf de diepte in. Ze bracht belemmeringen, overtuigingen en angsten in: “Ik ben bang dat ik het verkeerd doe. Dat ze mij een slechte leidinggevende vinden.”

De verleiding is dan groot om als coach meteen op dat niveau in te steken. Om de overtuiging te onderzoeken, de angst verder uit te pluizen en op zoek te gaan naar waar die vandaan komt. Maar toen we haar doel verder aanscherpten, bleek de oplossing helemaal niet diep te liggen. Die lag juist aan de oppervlakte. Op het niveau dat deelnemers aan de coachopleiding soms wat saai noemen. Het ging over procedures aanscherpen. Zaken strakker sturen. Een één-op-één-gesprek bewuster voorbereiden: zowel inhoudelijk als in de manier waarop ze het gesprek wilde voeren.

Alles wordt een probleem

Haar valkuil was dat ze alles problematiseerde. Niet alleen zichzelf, maar ook haar medewerkers. Ze kreeg tijdens gesprekken alle problemen van haar team te horen. Haar innerlijke psychotherapeut draaide overuren. Voortgangsgesprekken duurden minstens twee keer zo lang als de bedoeling was. Een gesprek over de voortgang van een project veranderde al snel in een therapeutische sessie. Dat kostte haar tijd en energie. Bovendien verloor ze het zicht op haar eigen rol. Ze wilde niet de counselor van haar team zijn. Ze wilde leidinggeven. Met meer duidelijkheid en meer lichtheid.

Bij de start van de sessie voelt mij iets op. Ze vertelde dat ze had overwogen een opleiding tot counselor te volgen. Omdat dit haar zo makkelijk afging en haar interesse daar lag. Na overleg met een goed vriendin, had ze echter heel bewust besloten dat dit niet haar weg was. Ze wilde juist uit de zwaarte komen. De diepte ingaan leek meer een primaire neiging te zijn, die ze automatisch inzette, in plaats van een diepere drijfveer.

De psychotherapeut op een andere stoel

De oplossing bleek verrassend eenvoudig. We parkeerden haar innerlijke psychotherapeut tijdelijk op een andere stoel in de kamer. Daarna gingen we aan de slag met heel concrete vragen over haar voortgangsgesprekken:

  • Wat is het doel van dit gesprek?

  • Wat is jouw rol als leidinggevende?

  • Wat wil je wel en niet bespreken?

  • Hoe bouw je het gesprek op?

  • Waar wil je begrenzen?

  • Hoe zorg je dat het gesprek bij het onderwerp blijft?

Geen grote doorbraak. Geen diepgravend onderzoek naar oude overtuigingen. Geen analyse van alle onderliggende angsten. Wel een helder doel, een duidelijke rol en een praktische structuur.

Een heerlijk oppervlakkige sessie dus. Met een dik resultaat. En als mooie bijvangst: ze ging lichter weg.

Soms is oppervlakkig precies goed

Deelnemers aan de coachopleiding zeggen soms: “Oppervlakkig is saai.” Begrijpelijk. De diepte voelt vaak betekenisvol. Alsof daar het echte werk gebeurt. Maar als coach moeten we oppassen dat we niet overal een probleem van maken. Zeker niet van iets wat gewoon praktisch opgelost kan worden. De kunst is om te herkennen welke laag de coachee werkelijk verder helpt. En in dit geval was “oppervlakkig” precies de bedoeling.

Note: namen zijn verzonnen en de personages een creatieve samenstelling van ervaringen, verhalen en cliënten.